Pages Navigation Menu

Volwassenen

Stotteren bij volwassenen

Stotteren is ‘niet vloeiend’ spreken, spreken met herhalingen, verlengingen en blokkades. Echter, zoals u als volwassen persoon die stottert als geen ander weet…vaak is stotteren veel meer dan dat. Gedrag, gedachten en gevoelens, elk deel van uw persoonlijkheid kan beïnvloed worden door stotteren. Voor uw omgeving is dit vaak niet merkbaar. Hierdoor kan het stotterprobleem nog meer beladen worden.
 
Stotteren is alles wat je doet om niet te stotteren (Sheehan, 1983). Sheehan stelt verder: “Stotteren is altijd het probleem van een persoon. Alleen als we de persoon begrijpen, kunnen we het probleem begrijpen. Om de persoon te begrijpen, is het stottergedrag niet het enige gedrag waar we in geïnteresseerd zouden moeten zijn”.
Het Stotterinterventiecentrum onderschrijft dit helemaal.
 
Feiten over Stotteren
  • De aanleg voor stotteren is genetisch bepaald
  • Over de ontwikkeling van stotteren en stotterverschijnselen kunt u meer lezen onder kinderen.
  • Zonder aanleg voor stotteren kan iemand nooit gaan stotteren
  • Stotteren kan op latere leeftijd ontstaan. De aanleg voor stotteren is dan hoogstwaarschijnlijk niet groot. Factoren binnen uw leven maken dat het stotteren toch naar voren komt.
  • In Nederland stotteren circa 175.000 mensen, waarvan 20.000 ernstig

Therapie bij volwassenen

Onderzoek
Middels een intakegesprek, vragenlijsten en een video-opname wordt uw stotteren in kaart gebracht:
– het hoor- en zichtbare stottergedrag;
– eventueel vermijdingsgedrag;
– de emoties omtrent stotteren;
– de gedachten/overtuigingen omtrent stotteren;
– de invloed op de communicatie en interactie met andere mensen.
 
Inhoud van de therapie
Binnen de therapie gaan we samen ‘op zoek naar de vloeiendheid’. Welke factoren lokken vloeiendheid uit en welke factoren het stottergedrag en hoe kunnen we dit beïnvloeden? Dit betekent dat stottertherapie ‘maatwerk’ is, de therapie wordt op u afgestemd.
 
De therapeut zal u aan het begin van de therapie informeren over de verschillende theoretische opvattingen over stotteren en de verschillende therapiebenaderingen.  De inhoud en de vorm van de therapie wordt afgestemd op u. De therapeut maakt gebruik van meerdere interventietechnieken.
Alle componenten van het stotterprobleem komen hierbij aan bod, de motorische component, de cognitieve component, de emotionele en de sociale component van het stotteren.
 
Stottertherapie is gericht op het  ontwikkelen van zelfsturende vermogen door de cliënt: het ontwikkelen van een zelfaccepterend, -lerend en -oplossend vermogen zijn belangrijke voorwaardelijke elementen in de ontwikkeling van zelfsturing.
Als de cliënt zich als ‘zelfcoach’ heeft ontwikkeld is hij bij de beëindiging van de stottertherapie in staat op een positieve en constructieve manier zichzelf aan te sturen zodat hij makkelijk en onbelemmerd kan spreken.
 
 
De interventies die door de stottertherapeut kunnen worden ingezet zijn:
Psychosociale training
De psychosociale training geeft de cliënt inzicht in zijn belemmerende gedachten, emoties en gedragspatronen die een onderdeel van het stotterprobleem kunnen vormen.
Door de training leert de cliënt vloeiendheidsbevorderende gedachten, gevoelens en gedragspatronen toe te passen in alle spreeksituaties met als doel zich te richten op vloeiend(er) spreken en zich te ontwikkelen tot een effectieve zelfbekrachtiger.
 
Lichaamswerk
Lichaamswerk vergroot de feedback op het lichaam en het spreken. Ook kunnen via lichaamsgerichte oefeningen (emotionele) blokkades ontdekt en door contact opgeheven worden. Lichaamswerk kan in alle fasen van de therapie aan de orde komen.
 
Verbaalmotorische training
In een bepaalde fase van de therapie kan het wenselijk zijn spreektechnieken en/of stottercontrolechnieken te leren. Met het toepassen van een spreektechniek leert een cliënt een nieuw spreekpatroon aan. Met het toepassen van een stottercontroletechiek leert de cliënt zijn stotter op te vangen. De therapeut kan beide technieken aan de cliënt aanbieden, afhankelijk van het stottergedrag van de cliënt wordt op het juiste moment in de therapie een passende techniek gekozen.
 

praktijk ruimte 1